Het agentschap in cijfers 2022
Aanmelden mijn burgerprofiel
Slachtofferonthaal

Slachtoffers in Vlaanderen kunnen meer dan ooit rekenen op Slachtofferonthaal

In 2022 konden 10.403 nieuwe slachtoffers en nabestaanden rekenen op de hulp van dienst Slachtofferonthaal. En dat hun hulp gewaardeerd wordt, blijkt uit een grootschalige bevraging. Kathleen is zo’n nabestaande, en wil graag getuigen over haar ervaring. Justitieassistent Kaat Lugghe vertelt over hoe zij de dienst ondersteunt. 

Terug

Vlaanderen zet sterk in op slachtofferzorg. De diensten Slachtofferonthaal van het Agentschap Justitie en Handhaving vervullen hierin een belangrijke rol. In 2022 konden maar liefst 10.403 nieuwe slachtoffers en nabestaanden terecht bij de diensten Slachtofferonthaal voor bijstand en ondersteuning voor, tijdens en na de gerechtelijke procedure. Dat zijn er zo maar even 2.000 meer dan een jaar voordien. Om die slachtoffers verder te helpen, kwamen er in 2022 dan ook heel wat extra justitieassistenten Slachtofferonthaal bij. Dat het werk van de justitieassistenten erg gewaardeerd wordt, blijkt uit een grootschalige slachtofferbevraging in opdracht van Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir. Meer dan 92% van de slachtoffers en nabestaanden voelen zich ondersteund en ervaren de bijstand van de justitieassistenten Slachtofferonthaal als zeer waardevol. 

"De justitieassistenten waren heel meelevend, ik had een warm gevoel bij hen. Ik dacht: waarom heb ik deze mensen niet vroeger leren kennen?"

Woorden van één van de slachtoffers die getuigden voor het onderzoek. Achter de bovenstaande cijfers schuilen verhalen van mensen die door de moeilijkste tijden in hun leven gingen, en die ondersteund werden door de dienst Slachtofferonthaal tijdens een deel van dat verhaal. Natuurlijk kwamen er ook werkpunten naar boven in het onderzoek. De ruimtes waarin slachtoffers ontvangen worden bijvoorbeeld, die moeten warm en verwelkomend zijn, en waren dat vaak niet. Dit is een voorbeeld van een werkpunt dat in het samenwerkingsakkoord met federale justitie zal worden aangepakt. Maar over de steun van de justitieassistenten bestond er geen twijfel: die is van onschatbare waarde.

Kathleen nam deel aan de slachtofferbevraging en wilde graag getuigen over de ondersteuning die ze als nabestaande kreeg van de justitieassistenten. “Toen mijn grootmoeder vermoord werd, heeft dit een grote impact op mij gehad," vertelt ze. Ze sprak met ons om haar ervaring te delen voor de toekomstige slachtoffers en nabestaanden, om hen duidelijk te maken hoe belangrijk Slachtofferonthaal is, en om er mee voor te zorgen dat de dienst nog beter wordt. Net zoals tijdens het proces, zaten justitieassistenten Evi en Karen aan haar zijde tijdens ons gesprek. 

Hoe kwam je voor het eerst met slachtofferonthaal in contact?

Kathleen: Kort na de feiten ontving ik een brief waarin de diensten werden voorgesteld. Een tijd later heb ik een afspraak gemaakt. Die verliep moeizaam, om eerlijk te zijn. De eerste contacten heb ik niet ervaren als een warm onthaal. Zowel het gesprek als het lokaal voelden koud. Er werden al zakdoekjes klaargezet nog voor ik één woord gezegd had. De uitspraak ‘ik weet hoe je je voelt’ vond ik ook ongepast. De verwarming was stuk en er was niets te drinken. Het deed me denken aan het vroegere Oostblok. Als nabestaande van zo’n feiten heb je nood aan een veilige, warme plaats waar je je welkom voelt. Dat heb ik ook zo in de bevraging genoteerd. Omdat het assisenproces in een andere regio plaatsvond, werd het dossier na vier jaar overgemaakt naar slachtofferonthaal in Limburg. Over de opvolging in Tongeren kan ik alleen maar positief zijn.

Wat maakte dat je daar wel een goed gevoel had bij de opvolging?

Kathleen: Aan Evi, Karen en Lisa – de justitieassistenten in Tongeren – heb ik ongelofelijk veel gehad. Bij de overdracht van het dossier werden we uitgenodigd in Tongeren voor een kennismaking en rondleiding. Ze toonden ons op voorhand de assisenzaal. Ze legden uit waar we zouden binnenkomen, wie waar zit, hun functie, en het verloop van het proces. Er werden praktische afspraken gemaakt over o.a. het uur, reserveren van zitplaatsen, waar we terecht konden tijdens de pauzes. Ook de media-aandacht kwam ter sprake zodat we ons daarop konden voorbereiden. Al was het toch nog schrikken toen het assisenproces begon. Er was veel pers, de zaal zat vol volk. Er was zelfs een extra zaal ingericht zodat er nog meer mensen het proces konden volgen. Het leek wel een theatervoorstelling. Vooraan zaten bekende advocaten, en hun fans zaten ook in de zaal. Heel onwezenlijk allemaal. Vanaf de aanvang van het proces tot het einde is de steun van slachtofferonthaal een meerwaarde geweest. Het was gewoon een enorme geruststelling te weten dat je op hen beroep kon doen.

In die woeste zee van emoties tijdens het proces, waren zij mijn reddingsboei.
- Kathleen

Op welke momenten was die steun nog heel tastbaar voor jou?

Kathleen: Voor de aanvang van het proces had ik slachtofferonthaal gezegd welke zittingen ik wou volgen. Aan de hand hiervan werd er een planning opgesteld zodat er steeds iemand van hen aanwezig zou zijn. Weten dat er steeds iemand zou zijn als steun, gaf een gerust gevoel. Bij de start van het assisenproces voelde ik veel onrust over het verloop, de dader zien, de jury en media-aandacht. Op de eerste dag worden alle feiten voorgelezen en dat is emotioneel enorm zwaar. Wat het extra moeilijk maakte, is dat er voor ons een rij journalisten zat. Ik kon de schermen van hun laptop zien, en ik zag dat ze zochten naar vakantie, nieuwe auto. Ik voelde verontwaardiging en woede. Gelukkig zat er een justitieassistent dichtbij. Ze vormde een ankerpunt. De justitieassistenten hebben ons daarna goed opgevangen. Als nabestaande was ik in shock om te zien dat journalisten de eerste rij krijgen. Dit heeft een sterke impact gehad op onze familie gedurende het hele proces. We hoorden jammer genoeg dat slachtofferonthaal dit al meermaals had aangekaart en hierover geen gehoor kreeg. Ook toen op het einde van het assisenproces het verdict van de jury werd voorgelezen, kon niemand iets zien omdat er verschillende camera’s stonden. Evi heeft mij dan snel naar een plekje geloodst waar we nog iets konden volgen. 

Kathleen: Dankzij de hulp van slachtofferonthaal heb ik ook de getuigenis van de recherche kunnen volgen. In hun presentatie was gevoelig beeldmateriaal verwerkt. Dit zien, zou ik emotioneel niet aankunnen. Een justitieassistent kwam met de afgedrukte presentatie naast mij zitten en gaf mij telkens een teken als er een gevoelige foto aankwam. Dan kon ik tijdig mijn ogen sluiten. Dat heeft heel goed gewerkt. Maar het moment dat ik nooit zal vergeten was de dag dat ik moest getuigen. Vooraf werd geadviseerd om geen scheldwoorden te gebruiken. Slachtofferonthaal had gezegd dat een serene getuigenis veel sterker overkomt bij de jury. Dat was mijn houvast. Ik was vastberaden om te getuigen. Het was een kans om mijn grootmoeder te vertegenwoordigen, haar een stem geven. Daar putte ik veel kracht uit. Tijdens mijn getuigenis had ik het soms even moeilijk maar dan legde Lisa haar hand even op mijn bovenarm. Zo voelde ik dat ik er niet alleen voorstond.

Kathleen: Slachtofferonthaal heeft voor mij de voorbije jaren een brug gevormd tussen de werking van justitie en de gerechtelijke procedures. Dankzij hen heb ik me niet verloren gevoeld tijdens het assisenproces. Hun aanwezigheid was van onschatbare waarde. In die woeste zee van emoties tijdens het proces, waren zij mijn reddingsboei. Ik kon steeds bij hen terecht met mijn duizend-en-één vragen. Ze boden informatie, context en een kader. Er was steeds een luisterend oor voor mijn woede, verdriet en mijn rouw. Mijn familie en ik zijn hen ongelofelijk dankbaar. Hun ondersteuning heeft ons geholpen in ons rouwproces.

Je haalde al enkele werkpunten aan voor slachtofferonthaal. Zijn er nog verbeterpunten volgens jou?

Kathleen: Zorg dat alle diensten Slachtofferonthaal een warme geborgenheid uitstralen. Een woonkamereffect: een keuze om te zitten aan een tafel of in een zeteltje bijvoorbeeld. Het gevoel van veiligheid is zo essentieel. Het aanbieden van water, koffie of thee aan de slachtoffers. Vaak zitten mensen daar met een krop in de keel. De bittere smaak van het verdriet weg kunnen spoelen, doet deugd.

Kaat Lugghe, justitieassistent in Turnhout, draait mee op de dienst Slachtofferonthaal

Kaat Lugghe draait als justitieassistent daderbegeleiding één dag per week mee op de dienst Slachtofferonthaal. Een niet alledaags gegeven. Kaat springt in voor haar collega-justitieassistenten van Slachtofferonthaal die op het terreurproces gaan helpen. De positieve resultaten van de slachtofferbevraging verrassen haar alvast niet, maar samen met haar collega’s kijkt ze vooral naar wat beter kan: “De feedback over zaken die beter kunnen, is nog belangrijker dan de erkenning die we krijgen.”

Je bent nu een paar maanden ook aan de slag bij Slachtofferonthaal. Hoe kijk je terug op die eerste periode?

Lugghe: Voor mij is het tot nu toe een heel verrijkende ervaring geweest. Ik heb een aantal slachtoffers en nabestaanden begeleid bij inzage van het gerechtelijk dossier. De gesprekken met de slachtoffers, en de ondersteuning die ik kon bieden, vond ik heel waardevol. Tijdens de daderbegeleiding probeer ik altijd het slachtoffer mee in het verhaal te betrekken, maar ze krijgen nooit een gezicht. Nu wel. Daardoor ben ik nog meer vastberaden om in mijn gesprekken met de dader het slachtoffer een plaats te geven.

Voorts zijn me een aantal zaken opgevallen. Eerst en vooral de laagdrempeligheid. Slachtoffers kunnen echt met elke vraag over het dossier of het proces bij de justitieassistent terecht. Verder viel me op hoe nauw de contacten zijn tussen de justitieassistenten en de rechters. De lijnen met hen zijn veel korter dan bij de daderbegeleiding. Nu is er, over het algemeen, een goede samenwerking en dat komt de dienstverlening alleen maar ten goede.

Je werkt bij slachtofferonthaal omdat je het belangrijk vindt dat slachtoffers gehoord en geholpen worden.
- Kaat Lugghe

De diensten Slachtofferonthaal krijgen meer personeel. Merk je daar iets van in Turnhout?

Lugghe: (knikt) Er kwam niet alleen volk bij voor Slachtofferonthaal, ook in het justitiehuis kom ik geregeld weer nieuwe collega’s tegen. Ik vind dat een heel goeie evolutie. Er komen gewoon steeds meer opdrachten binnen. Als we een goeie partner willen blijven voor de rechtbanken, moeten we blijven inzetten op kwaliteit, middelen en personeel.

De ene dag ondersteun je een slachtoffer, de dag erna begeleid je een dader. Is dat niet vreselijk moeilijk?

Lugghe: Wel als je dader en slachtoffer in eenzelfde zaak zou opvolgen, maar dat gebeurt nooit. Anders zou het inderdaad veel te moeilijk zijn om professioneel te blijven tegenover de dader. Maar ik vind de combinatie juist heel boeiend. Door bij Slachtofferonthaal te werken, ben ik me van een aantal zaken meer bewust geworden. Zaken waar ik in mijn daderbegeleiding rekening mee zal houden, zoals het opmaken van een verslag dat ook de slachtoffers kunnen inkijken. Gek genoeg had ik daar voorheen nooit zo bij stilgestaan. Ik richtte mij in mijn verslag als daderbegeleider altijd tot de rechtbank, want dat is mijn opdrachtgever. Sindsdien houd ik bij de opmaak van verslagen rekening met het feit dat ze ook door het slachtoffer kunnen gelezen worden. Het stukje over de feiten probeer ik daarom zo helder mogelijk te verwoorden, omdat ik nu weet hoe belangrijk dat is voor een slachtoffer.

Uit de slachtofferbevraging bleek de grote tevredenheid van slachtoffers over de dienstverlening van Slachtofferonthaal. Hoe heb jij dat ervaren?

Lugghe: Het was heel bemoedigend om te horen dat we erin slagen om slachtoffers echt te ondersteunen. Je doet het werk niet om dankbaarheid te krijgen, wel omdat je het belangrijk vindt dat slachtoffers en nabestaanden op de best mogelijk manier gehoord en geholpen worden. Dat is een blijvende missie voor mijn collega’s van Slachtofferonthaal. Dat we daarin erkend worden, motiveert alleen maar om ervoor te blijven gaan en het aanbod van Slachtofferonthaal nog beter te maken. Daarom is de feedback over zaken die beter kunnen nog belangrijker dan de erkenning die we krijgen.

Terug