Het agentschap in cijfers
Aanmelden mijn burgerprofiel
Binnen werken om buiten veiliger te maken

Feniks behandelt zedendelinquenten in Dendermonde

Veel – heel veel – in de Belgische gevangenissen is een bron van miserie. Maar niet alles. Met ‘Feniks’ hebben het Vlaamse Agentschap Justitie en Handhaving, het gevangeniswezen en sociale partners de handen in elkaar geslagen voor een uniek project. In de oude gevangenis van Dendermonde wil Feniks daders van zedendelicten aanzetten tot behandeling om herval te voorkomen. “Met deze mensen moeten we hier werken, om het buiten de muren veiliger te maken.”

Terug

Niels Jans is beleidscoördinator bij de Afdeling Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden binnen het Agentschap Justitie en Handhaving.

Milan Crombez werkt als psycholoog bij CGG Adentro. Samen zetten ze zich in voor begeleiding en ondersteuning van gedetineerden, met aandacht voor welzijn, geestelijke gezondheid en re-integratie.

Beleidscoördinator Niels Jans van de afdeling Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden (HDG) en psycholoog Milan Crombez van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Adentro (CGG) geloven sterk in het Feniks-project, dat binnenkort zijn derde jaar ingaat. En dat is broodnodig. Te veel zedendelinquenten verlaten de gevangenis met onvoldoende probleeminzicht en zonder toegang tot gespecialiseerde hulpverlening. Precies daar wil Feniks verandering in brengen.

Met dat doel worden 25 gedetineerde zedendelinquenten ondergebracht in een aparte vleugel van de oude gevangenis van Dendermonde. Therapie en engagement staan centraal. Gedetineerden moeten zelf een behandelcontract ondertekenen. 

De cynicus zegt dan: ga naar Feniks, kom op een goed blaadje te staan bij de rechtbank en ga voortijdig naar huis.

MILAN: “We weten dat mensen hier aankomen met hun eigen motivatie. Die kan intrinsiek zijn – de wil om aan zichzelf te werken – of extrinsiek, bijvoorbeeld: ik laat me behandelen en dan wordt mijn dossier gunstiger bekeken. Beide motivaties zijn waardevol en daar kunnen we bij CGG Adentro mee aan de slag. Wij richten ons net op mensen die geen geschikt hulptraject vinden, binnen of buiten de gevangenis. Soms door andere psychische problemen die eerst aangepakt moeten worden, soms omdat ze geweigerd werden bij hulpverleningsinstanties buiten detentie, of omdat ze zelf behandeling weigerden. Daar willen wij verandering in brengen en de brug slaan naar hulpverlening buiten de muren.

Feniks kan gezien worden als een traject waarbij we de randvoorwaarden creëren zodat gedetineerden aansluiting vinden bij hulpverlening buiten detentie. Er moet altijd een vervolg komen, en daarop bereiden wij hen voor. De focus ligt op behandeling na detentie.”

NIELS: “Het behandelcontract is een voorwaarde om hier te verblijven. Wie dat consequent schendt of het traject van anderen in gevaar brengt, wordt teruggestuurd naar de gewone gevangenispopulatie. Maar we zien ook dat gedetineerden veranderen doorheen de gesprekken. Sommigen komen van heel ver. Zelfs mensen die hun feiten eerder ontkenden, zetten stappen vooruit.”

MILAN: “Dat merk je vaak al in de eerste gesprekken. Bij sommigen denk je: over een jaar staan we al veel verder. Bij anderen weet je dat het een lang traject wordt. De duur van een behandeltraject op Feniks hangt af van verschillende factoren, zoals aanwezige risicofactoren, mogelijke psychiatrische problematiek, het reclasseringstraject en de motivatie van de gedetineerde.

In principe blijven ze hier tot ze klaar zijn voor een opvolgtraject buiten detentie. Je zou kunnen zeggen dat we zowel pretherapeutisch als therapeutisch werken, met een dubbel doel: de motivatie voor behandeling verhogen en effectieve behandeling bieden in het kader van risicobeheersing.”

Zijn er nog criteria om bij Feniks terecht te kunnen?

NIELS: “Behandelbereidheid, een matig tot hoog risico op recidive, voldoende kennis van het Nederlands, voldoende sociale vaardigheden om in groep te functioneren, en de mogelijkheid om binnen negen maanden in aanmerking te komen voor beperkte detentie of elektronisch toezicht. Dat betekent niet dat ze dan vrijkomen. Dat is meestal niet zo. Feniks is géén ontsnappingsroute. Het is een werkplaats”

Sommigen hopen dat ze door hier te komen hun dossier positief kunnen beïnvloeden. Daar kunnen we mee werken.

Therapie eerst

Feniks heeft 25 plaatsen. Op hoeveel zedendelinquenten in de gevangenis?

MILAN: “Volgens onderzoek van de VUB zijn dat er ongeveer 500 in Vlaanderen en Brussel. Er is dus ruimte voor meer initiatieven. Anderzijds hoeft niet iedereen in een Feniks-project terecht te komen. Een deel volgt al een behandeling binnen de gevangenis of heeft een uitgewerkt reclasseringsplan met zicht op gespecialiseerde begeleiding in de samenleving. Wij richten ons op een groep die tussen de mazen van het net valt.”

De bekende zedendelinquent Eddy Snelders was slachtoffer van geweld door medegevangenen. Experte Minne De Boeck stelde dat gevangenispersoneel soms negatief staat tegenover zedendelinquenten. Is Feniks een antwoord daarop? Therapie in ruil voor veiligheid?

MILAN: “Het verhaal van Snelders toont hoe onveilig detentie kan zijn voor zedendelinquenten. Veiligheid kan dus een belangrijke motivatie zijn. En ook dan kunnen we aan de slag. Feniks is vooral een therapie bevorderende omgeving voor mensen die moeilijk aansluiting vinden bij hulpverlening.

We stimuleren sociale contacten door samen te leven en te eten. Veel behandelingen buiten de gevangenis gebeuren in groep. Het is dus belangrijk dat ze dat hier al leren. Sociale vaardigheden helpen ook om risico’s te beperken. Veel mensen hebben dat nooit geleerd. Daar werken we aan.

Maar ook binnen Feniks blijft veiligheid een uitdaging. Het is een diverse groep en er kan spanning ontstaan. Verbaal of fysiek geweld tolereren we niet. Dat hoort niet in een therapeutisch klimaat. In dat geval kan het verblijf hier stopgezet worden.”

NIELS: “Feniks biedt geen voorkeursbehandeling. Dit is een normaal, streng gevangenisregime in een sterk verouderde instelling. In sommige andere gevangenissen wordt de basismenselijkheid niet altijd gerespecteerd en is het leven bijzonder zwaar voor zedendelinquenten. Maar dat kan je moeilijk als norm beschouwen. Dan is het net omgekeerd om Feniks als ‘voorkeursbehandeling’ te zien.”

Veel mensen geloven niet dat therapie werkt bij zedendelinquenten. Sommigen denken zelfs dat ze er net gevaarlijker van worden door de opgedane kennis.

MILAN: “Als ik dat zou geloven, deed ik dit werk niet. Onderzoek spreekt dat tegen. Therapie werkt wel degelijk en voorkomt slachtoffers.”

Ze zouden ook vaker hervallen.

MILAN: “Dat is ook een misvatting. Druggebruikers hervallen vaker. Vermoedelijk geldt dat ook voor geweldsdelicten. Behandeling moet goed gebeuren en voortgezet worden na detentie. Maar je kan er niet omheen dat de impact van zedenfeiten groter is voor slachtoffers en samenleving.”

“De samenwerking tussen penitentiair beambten, therapeuten en andere partners is hier een sleutel tot succes."

Niels Jans | Beleidscoördinator in de gevangenis van Dendermonde

Maatwerk

Wat houdt de behandeling binnen Feniks concreet in?

MILAN: “We zoeken voortdurend naar manieren om mensen inzicht te geven in hun daden en hen handvatten te bieden om herval te voorkomen. Daarbij kijken we ook naar onderliggende problemen. Neem iemand die geweigerd wordt voor een zedenbehandeling door agressieproblemen: dan kan er op Feniks eerst gewerkt worden aan de agressie- of impulscontroleproblematiek van deze persoon.

Praten is een eerste stap, maar therapie moet aangepast worden aan de persoon. Bij mensen met een cognitieve beperking werk je meer met herhaling en kortere sessies. Bij anderen kan je cognitief meer uitdagende opdrachten geven. Het is maatwerk, waarbij we rekening houden met wat aanslaat bij de persoon.

We hebben een module rond het vlaggensysteem, waarbij gedetineerden leren onderscheiden wat seksueel grensoverschrijdend gedrag is en wat aanvaardbaar is. Andere modules zijn bijvoorbeeld emotieregulatie en gezonde seksualiteit.”

Nu lijkt het alsof zedendelinquenten niet weten wat juist en fout is. Werkt zo’n systeem echt?

MILAN: “Zeker. Het normen- en waardensysteem van deze mensen ligt vaak ver van dat van de samenleving. Wat wij grensoverschrijdend vinden, is dat voor hen soms niet. Dat besef groeit wel degelijk via onder meer het vlaggensysteem.

Voor sommigen is het een openbaring dat je niet zomaar met een kind kan chatten, of dat een kind geen toestemming kan geven voor seksualiteit. Of: ‘maar het was een prostituee, ik had toch betaald’. Gedetineerden beoordelen deze module zelf als zeer nuttig, net omdat ze zo concreet aansluit bij hun feiten.

Dat verschil in normenkader toont ook hoe belangrijk opvolging buiten de gevangenis is. Daar moeten ze omgaan met vrijheden: internet, relaties, keuzes rond werk, woonst of vrije tijd. Dat moet aansluiten bij wat ze hier leren.”

Gezocht: bewuste cipier

Dit is een proefproject. Welke lessen kunnen we al trekken?

NIELS: “Laat mij eens positief zijn. Ik werk in de hele gevangenis van Dendermonde en zie duidelijke verschillen. De samenwerking tussen penitentiair beambten, therapeuten en andere partners is hier een sleutel tot succes. Dat therapieklimaat groeit en werpt vruchten af. Dat zou ik graag breder zien.”

MILAN: “Daar ben ik het mee eens, maar er is ook werk aan de winkel. Die samenwerking vraagt veel energie. We hebben nog geen stabiel team van beambten kunnen uitbouwen. Dat is jammer, want gerichte opleiding en coaching zou een grote meerwaarde zijn.

Ik heb voorgesteld om cipiers specifiek te laten solliciteren voor Feniks, zodat je mensen krijgt met affiniteit voor de doelgroep. Dat bleek niet mogelijk door een gebrek aan personeel.

In een ideale situatie is er informatie-uitwisseling tussen alle partners, met respect voor het beroepsgeheim. Dat versterkt het therapeutisch klimaat. Dat is niet altijd zo. Helaas zijn er ook incidenten geweest waarbij beambten hun afkeer te sterk tonen tegenover gedetineerden. Dat werkt contraproductief. Een therapieomgeving moet veilig aanvoelen. De beste resultaten halen we met mensen die niet stigmatiseren.”

Wat kan er nog beter?

NIELS: “Dat deze manier van werken breder wordt toegepast, ook bij andere delinquenten. Iedereen heeft er baat bij dat gevangenispersoneel meer betrokken is.”

MILAN: “Ik zou graag meer ruimte maken voor identiteitsontwikkeling. Wie ben je nog, buiten je delict? Hoe wil je verder? Ook meer werk- en opleidingsmogelijkheden zouden helpen. Die zijn er al, maar beperkt door de infrastructuur van de gevangenis. Dat Feniks bestaat, is op zich al een grote stap vooruit.”