Christoph D’Haese is een Belgisch N-VA‑politicus, jurist van opleiding en sinds 2013 burgemeester van Aalst. Naast zijn werk als volksvertegenwoordiger houdt hij een focus op justitie, veiligheid en binnenlands bestuur.
Waarom vond de stad het belangrijk om mee te werken aan de uitrol van het Veilig Huis? Welke rol wil de stad hierin spelen en hoe kan dat een aanvulling zijn op wat de andere partners doen?
D'HAESE: "Intrafamiliaal geweld is vaak erg complex en net daarom vraagt het om een doorgedreven samenwerking. Het is als het ware een moeilijke puzzel met veel stukken. Ik geloofde vanaf de eerste minuut in de meerwaarde van het Veilig Huis waar al die partners samenwerken. Het gaat bij intrafamiliaal geweld niet om een klassiek penaal dossier. Justitie, politie, hulpverlening en lokaal bestuur hebben er samen een rol in te spelen. Door de samenwerking kunnen we sneller informatie delen en -zeer belangrijk- het risico correct inschatten. Vandaar ook het interne systeem van knipperlichten in de Veilige Huizen. Je ziet dat ook in de reeks die nu loopt op VRT (“En nu is ze dood”). De hamvraag is elke keer weer: hadden we dit kunnen vermijden? Vanuit de stad willen we een verbindende en faciliterende rol opnemen: huisvesten van het Veilig Huis, inzetten op bewustmaking rond preventie, aanmelden en detecteren van situaties vanuit de stadsdiensten. We kunnen vervolgens een hulpverlenende en ondersteunende rol opnemen. Door de inzet van de casusondersteuning zorgen we ervoor dat de hulpverlening niet alleen op de rails wordt gezet maar ook op elkaar wordt afgestemd. Elk dossier is immers anders en vraagt om maatwerk. Wanneer bijvoorbeeld minderjarige kinderen in veiligheid moeten worden gebracht, kan dat via het klassieke parcours, maar dat duurt helaas veel te lang. Met het Veilig Huis kan je snel en adequaat reageren.
Voor de inwoners is het Veilig Huis een kwaliteitsvolle hulpverlening met als doel onveilige situaties snel te de-escaleren. Door de samenwerking van de partners wordt die hulpverlening een minder versnipperd geheel en krijgt het gezin de gecoördineerde aanpak waar het recht op heeft. Dat verhoogt de kans dat geweld daadwerkelijk stopt en dat slachtoffers beter beschermd worden. Voor lokale diensten biedt het Veilig Huis ondersteuning en expertise. Hulpverleners, de politieman of de maatschappelijk werker bijvoorbeeld, staan er niet alleen voor wanneer ze met complexe situaties geconfronteerd worden. Door samen aan tafel te zitten bouwen ze de nodige ervaring op in risicotaxatie. Een Veilig Huis is een huis met vele kamers en die moet je allemaal kennen.
En dat het nodig is, bewijst het feit dat er in 2025 vierhonderd dossiers werden opgesteld in de stad. Dat is meer dan één per dag! Desondanks ben ik ervan overtuigd dat er nog een groot ‘dark number’ blijft, want meldingen bij politie en hulpverlening geven slechts een beperkt deel van de realiteit weer. Veel gevallen blijven dus spijtig genoeg nog onder de radar. Ook dat moeten we durven benoemen. De verruwing van de maatschappij laat zich ook tussen de muren van de huizen voelen. Maatschappelijke factoren als kansarmoede en sociaal isolement spelen hierin ongetwijfeld mee."
Hoe ziet de stad de toekomst van het Veilig Huis? Hoe kan de samenwerking tussen de betrokken partners verder evolueren?
D'HAESE:"We moeten alle registers opentrekken om de problematiek van intrafamiliaal geweld in de grootst mogelijke samenwerking aan te pakken. We zijn erg blij dat we in Aalst het kloppende hart kunnen zijn van het Veilig Huis. Veiligheid is een basisrecht en dat geldt des te meer voor de eigen omgeving van de mensen. Ik heb ooit in een assisenzaak gepleit dat ‘huis’ een woord is dat in het enkelvoud moet staan en nooit in het meervoud. ‘Huizen’ of ‘tehuizen’, dat zouden we nooit mogen zeggen. Je moet één veilig huis hebben en dat is bij voorkeur de eigen omgeving. Een thuis moet een omgeving zijn waar alles klopt. Als het Veilig Huis dat kan overnemen, voor even creëren of er terug naartoe werken, dan is dat een goede zaak."