Cijfers
Aanmelden mijn burgerprofiel
Tussen kwetsbaarheid en complexiteit: aan de slag met jongeren in gemeenschapsinstellingen

“Samen geven we jongeren de houvast die ze nergens anders vinden”

Achter het gedrag van jongeren in een gemeenschapsinstelling gaat vaak een verhaal van kwetsbaarheid en complexe zorgnoden schuil. Dat vraagt om nauwe samenwerking, wederzijds vertrouwen en volharding. Sylvie Hilven, teamverantwoordelijke van gemeenschapsinstelling De Kempen, en Ignace Van Besauw, teamcoördinator van het outreachteam van OPZ Geel, vertellen hoe zij samen werk maken van ondersteuning op maat, hoe hun teams elkaar versterken en waarom het belangrijk is om te blijven geloven in de kleine successen. 

Terug

In het onderzoeksrapport 'Naar een samenwerkingsmodel tussen de gemeenschapsinstellingen en de geestelijke gezondheidszorg’ wordt verwezen naar jongeren die niet in een gemeenschapsinstelling thuishoren, maar er toch belanden door complexe psychische problemen. Over wat voor jongeren hebben we het dan precies?

Sylvie: “Het gaat om jongeren die niet noodzakelijk zware feiten hebben gepleegd, maar toch door de jeugdrechter in een gemeenschapsinstelling worden geplaatst. Vaak groeien ze op in een verontrustende opvoedingssituatie en is hun ontwikkeling op verschillende vlakken vertraagd of vastgelopen. Ze hebben een hoge zorgnood, maar passen niet meer in een duidelijk afgelijnd ‘hokje’ binnen de hulpverlening. Ze zijn te sterk voor de ene voorziening en te kwetsbaar voor de andere.”

Ignace: “Soms wordt een relatief klein feit – zoals het duwen van een opvoeder of het roken van een joint in het bijzijn van een andere minderjarige – aangegrepen om een jongere toch in een gesloten kader te plaatsen. In essentie hebben deze jongeren vooral nood aan zorg, maar door de complexiteit van hun problematieken kunnen ze vaak niet meer terecht in de reguliere jeugdhulp. Denk aan tienerprostitutie, verslavingsproblematieken, hechtingsstoornissen, suïcidaliteit of trauma. Het gaat zelden om één probleem, maar om een opeenstapeling. Dat vraagt samenwerking en een combinatie van expertises.”

Hoe kijken jullie zelf naar de aanwezigheid van deze jongeren in een gemeenschapsinstelling? Wat hebben zij nodig en wat kunnen jullie hen hier bieden?

Sylvie: “Ik begrijp de jeugdrechter wel: deze jongeren hebben nood aan een stevige, veilige plek om te verblijven. In een gemeenschapsinstelling vinden ze vaak rust. Ze krijgen hier stabiliteit, voorspelbaarheid en nabijheid, en dat hebben ze nodig. Tegelijk horen ze hier eigenlijk niet thuis, omwille van de achterliggende problematiek. Wij werken forensisch en vertrekken vanuit een delict: wat zit erachter, wat zegt dat over de jongere en zijn context, hoe kunnen we het risico op herval verkleinen en het welzijn vergroten? Als er geen duidelijk delict is, valt die houvast grotendeels weg. Dan verschuift onze focus naar stabilisatie, met als doel de jongere opnieuw te laten doorstromen naar de reguliere hulpverlening.”

Eens er voldoende stabiliteit is en de jongere klaar is om verder te gaan, hoe ziet dat vervolgtraject er dan uit? Wat zijn hun uitstroommogelijkheden?

Ignace: “We merken dat doorstromen niet altijd vanzelfsprekend is. De gekende problemen van continuïteit en wachtlijsten spelen daarbij een rol. In reguliere voorzieningen is het soms moeilijk om voorbij het gedrag te kijken en de onderliggende problematiek te blijven zien. Dat zet de draagkracht van teams onder druk, zeker wanneer patronen zich blijven herhalen. Deze jongeren hebben vaak nood aan intensieve 1-op-1begeleiding en hoppen daardoor soms van de ene voorziening naar de andere, om uiteindelijk opnieuw hier te belanden. We proberen hun context zo veel mogelijk te versterken, al kan ook die maar een beperkte zorglast dragen.”

"Kwetsbaarheid vraagt samenwerking, vertrouwen en volharding.”

Jullie werken nauw samen om een antwoord te bieden op de complexe noden van deze jongeren. Hoe ziet die samenwerking er concreet uit in de praktijk?

Ignace: “Het outreachteam maakt deel uit van het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en is een vaste externe partner van gemeenschapsinstelling De Kempen. Jongeren worden bij ons aangemeld en krijgen een intakegesprek waarin we duidelijk maken dat onze begeleiding vrijwillig is. Samen bekijken we wat zij nodig hebben. Ons aanbod is breed en altijd op maat: ondersteunende gesprekken, psychotherapie, non-verbale therapie (beeldend en/of psychomotorisch), klinische assessments en medicamenteuze ondersteuning. Daarnaast kunnen we ook gecontacteerd worden in crisissituaties, bijvoorbeeld om het risico op suïcidaliteit in te schatten. Dat gebeurt gelukkig niet vaak.”

Sylvie: “De samenwerking begint bij de opstart van het traject. De trajectcoördinator informeert het outreachteam over de achtergrond en aandachtspunten, zoals bijvoorbeeld middelengebruik. Niet veel later volgt een eerste gesprek met de jongere, wanneer alles nog vers in het hoofd zit. Het outreachteam biedt dus individuele begeleiding aan jongeren, maar is er ook voor onze medewerkers wanneer zij vragen hebben rond geestelijke gezondheid.”

Justitie en geestelijke gezondheidszorg vertrekken elk vanuit hun eigen logica. Waar botsen jullie soms op tijdens die samenwerking en welke spanningen komen daarbij kijken?

Ignace: “Ons beroepsgeheim kan soms wringen. Jongeren delen zaken in vertrouwen die wij niet mogen terugkoppelen naar de gemeenschapsinstelling of de jeugdrechter. Dat maakt dat wij soms meer weten. Ook over wat goede nazorg precies inhoudt, verschillen de meningen al eens. Maar communicatie is cruciaal. Onze samenwerking lijkt een beetje op een huwelijk: als je blijft communiceren, kom je er samen wel uit. We werken al meer dan twintig jaar samen en de samenwerking was nooit beter dan vandaag.”

Sylvie: “Voor de leefgroepen is het soms moeilijk dat het outreachteam enkel tijdens de kantooruren werkt, terwijl crisissen zich vaak ’s avonds of in het weekend voordoen. Toch verloopt de samenwerking goed.. We hebben geleerd realistisch te zijn in onze verwachtingen. Onze jongeren hebben vooral nood aan een veilige plek. Als ze die vinden bij het outreachteam, dan is dat alleen maar positief.”

De trajecten van deze jongeren verlopen zelden rechtlijnig en vragen om verschillende perspectieven. Hoe vinden jullie elkaar daarin?

Sylvie: “We hebben elk onze eigen expertise, maar versterken elkaar in de praktijk. Wanneer het om complexe problematieken gaat, betrekken we het outreachteam bij de teambesprekingen. Ook bij nieuwe uitdagingen, zoals het toenemend aantal psychoses bij jongeren, denken zij mee en reiken ze concrete handvatten aan.”

Ignace: “Het traject van een jongere gaat vaak met ups and downs: periodes van rust worden afgewisseld met momenten waarop alles ontspoort. Samen proberen we stabiliteit te bieden. Daarnaast zijn we betrokken bij de ondersteuning van jongeren met een hoog risicoprofiel, helpen we mee aan visieontwikkeling en werken we mee aan intern beleid rond suïcidaliteit. We doen er alles aan om de jongeren een traject op maat te bieden, ieder vanuit zijn eigen expertise.”

“Achter elk gedrag schuilt een complex verhaal.”

Kunnen jullie een concrete situatie schetsen waarin die samenwerking duidelijk naar voren komt en echt een verschil maakte voor een jongere en het team?

Ignace: “Ik denk meteen aan een jongere met een opeenstapeling van problemen: een moeilijke thuissituatie, genderproblematiek, zelfverwonding, suïcidale uitspraken en een cognitieve beperking. Dat woog zwaar op de leefgroep. Vanaf het begin zaten we samen rond de tafel en gingen we op zoek naar ademruimte, bijvoorbeeld via een time-out. Dat was geen eenvoudig traject, omdat de jongere vaak niet aan de vooropgestelde criteria voldeed. De jongere is ook gemotiveerd om psychiatrische ondersteuning te krijgen en dat volgen we nauw mee op. We zien deze jongere minstens twee keer per week, wat meer is dan gemiddeld, maar die opschaling was nodig en werd ook expliciet gevraagd.”

Sylvie: “Die jongere had het ook moeilijk met het innemen van medicatie. Dan deden we opnieuw beroep op het outreachteam, zodat zij nog eens konden toelichten waarom medicatie nemen zo belangrijk is. We houden elkaar goed op de hoogte en weten elkaar snel te vinden.”

Het werken met deze doelgroep is intens en vaak onvoorspelbaar. Wat geeft jullie de motivatie om hier elke dag opnieuw voor te blijven gaan?

Ignace: “Elke jongere is uniek. Twee jongeren kunnen met dezelfde feiten binnenkomen en toch een volledig ander traject doorlopen. En geen enkele dag is hetzelfde. De ene dag voer je een goed gesprek, de andere dag wil een jongere liever geen contact. Die onvoorspelbaarheid vraagt creativiteit en geeft betekenis aan onze job.”

Sylvie: “We kunnen niet alle problemen oplossen, dat moeten we onszelf ook niet wijsmaken. Maar we moeten wel de kleine successen blijven zien en vieren: een jongere die je jaren later nog eens tegenkomt en enthousiast is, een traject dat goed loopt in een andere voorziening, iemand die je kan motiveren om een volgende stap te zetten. Het zijn die kleine dingen die mij elke dag opnieuw motiveren.”

Tot slot: welke boodschap willen jullie meegeven aan de buitenwereld over deze jongeren en over het werk dat hier – vaak in stilte – gebeurt?

Ignace: “Deze jongeren dragen een dubbel stigma; ze worden vaak aanzien als een combinatie van de kleine criminelen en de zotten uit het gesticht. Terwijl het gaat om heel kwetsbare jongeren die veel hebben meegemaakt. Het risico op een self-fulfilling prophecy is groot: ‘de maatschappij zegt dat ik een crimineel ben, dus dat zal wel zo zijn’. Wees je daar als buitenstaander bewust van. Het is belangrijk om te kijken naar het volledige verhaal achter een jongere en te beseffen dat het nog altijd pubers zijn, met een persoonlijkheid in volle ontwikkeling.”

Sylvie: “Een jongere is zoveel meer dan zijn daden. Kijk naar hun krachten, hun talenten en wat wél goed loopt. Wij zijn geen jeugdgevangenis, ook al leeft dat beeld soms. Jongeren nemen hier hun verantwoordelijkheid op binnen duidelijke grenzen, maar we bieden tegelijk een veilige omgeving om t te bouwen aan een toekomstperspectief, samen met en voor onze jongeren.”

 

Terug