“Wij willen de kanaries in de koolmijn zijn”
Sophie van de Wouw en Katrien Leemen zijn casusondersteuners bij Veilig Huis Rivierenland. We gingen op de koffie in hun thuisbasis in Mechelen.
Sophie van de Wouw en Katrien Leemen zijn casusondersteuners bij Veilig Huis Rivierenland. We gingen op de koffie in hun thuisbasis in Mechelen.
Neem ons eens even mee in de voorgeschiedenis. Hoe kwam het Veilig Huis Rivierenland tot stand?
Sophie: “Het Veilig Huis is de opvolger van het Family Justice Center, dat al in mei 2017 werd opgestart in Mechelen. Het Veilig Huis Rivierenland is één van de drie Veilige Huizen in de provincie Antwerpen, naast Veilig Huis Antwerpen en Veilig Huis Kempen. Het lokaal bestuur was hier van bij het begin betrokken. Vandaar ook onze mooie stek hier in het Sociaal Huis.
Onze vaste kernpartners zijn het parket, de politie en de twaalf OCMW’s uit de regio. Verder werken we ook heel nauw samen met het Justitiehuis, het VK (Vertrouwenscentrum Kindermishandeling), CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) en de OSD’s (Ondersteuningscentra Jeugdzorg en Sociale Diensten jeugdrechtbank). Er zijn ook ad hoc partners, zoals het Huis van het Kind.”
Katrien: “Wij zijn geen begeleidende dienst. Wij komen pas in tweede lijn. Daarom hebben we die samenwerking met al die partners hard nodig. Een justitieassistent bijvoorbeeld is betrokken bij een tijdelijk huisverbod en brengt ons hiervan op de hoogte. Dat is voor ons de ideale periode om samenwerking op te starten. En de justitieassistent kan erop vertrouwen dat we ook na het huisverbod blijven opvolgen.”
Sophie: “Mensen vragen soms: wat is jullie mandaat? Ik antwoord dan dat wij geen officieel mandaat hebben, zoals bij de justitiehuizen waarbij begeleiding opgelegd wordt door een rechter, maar dat is net goed. Wij krijgen ons mandaat van de betrokken gezinnen.”
Door geweld op hun niveau bespreekbaar te maken, neem je net last bij hen weg.
Sophie: “Een casusondersteuner legt de puzzel. Wie is er allemaal al betrokken bij dit gezin en wie zou er nog nodig zijn? Het verschil met casusregie is de looptijd en de complexiteit. Casusregie vergt langere trajecten en meer puzzelwerk.”
Katrien: “Hier in Mechelen zijn we met tien. Als we ’s morgens aankomen, checken we eerst de berichten op de telefoon en in de mailbox. Verder hebben we gesprekken met gezinnen. Dat kan hier in het Sociaal Huis of bij hen thuis. Kortere gesprekken kunnen ook telefonisch. Bij een huisbezoek, in hun eigen ‘habitat’, leer je mensen beter kennen en bouw je meer vertrouwen op. Maar het houdt ook risico’s in, en niet alle collega’s voelen zich daar even comfortabel bij. Veiligheid, voor de cliënten maar ook voor onszelf, is prioritair. We krijgen hierrond richtlijnen van het Agentschap én sinds kort hebben we ook een ‘noodknop’.”
Sophie: “Ons werkgebied is vrij uitgestrekt. Het loopt van Puurs tot Berlaar en Nijlen. Mensen kunnen hier in Mechelen terecht maar ook in hun eigen gemeente. Die nabijheid is de meerwaarde van de samenwerking met de lokale besturen. Zij voorzien een plek voor ons in hun gemeente waar we zitdagen houden. Dat kan bij de politie of het OCMW zijn.
Eén of twee keer per maand overleggen we met politie, parket en OCMW en verdelen we de dossiers die zij aanbrengen. Dat kan elke maand sterk variëren, maar het schommelt meestal rond de tien. Als het nodig is springt de ene collega bij voor de andere. Efficiënt teamwork maakt het haalbaar. Belangrijk: wij werken niet met een wachtlijst. Het gaat immers soms om erg prangende situaties die een groot risico inhouden. En verder is een goede samenwerking met de partners cruciaal, waardoor je er als regisseur of ondersteuner niet alleen voorstaat. Het vertrouwen tussen de partners is doorheen de jaren gegroeid. In het begin was er nog wat weerstand: wat komen jullie hier doen op ons ‘terrein’? Maar dat is intussen volledig weggesmolten. Het decreet regelt een aantal zaken rond delen van gegevens, privacy en geheimhouding en dat maakt de samenwerking alleen maar makkelijker.”
Katrien: “Wat we daar zien, is inderdaad heel herkenbaar. We hebben allemaal al heftige dingen meegemaakt, met overlijdens ook. En dat komt altijd heel hard binnen. Het toont hoe moeilijk ons werk is. We kunnen ons bed niet bij de mensen zetten en zelfs al moest dat kunnen, dan nog kunnen we helaas niet voorkomen dat zulke vreselijke dingen gebeuren. We kunnen enkel waakzaam blijven.”
Sophie: “De aandacht in de media voor dit thema is een goede zaak. De maatschappij kijkt nu anders dan vroeger naar intrafamiliaal en seksueel geweld, en ook gender. We zijn er nog lang niet, maar de aanzet om dit allemaal ernstig te nemen is er ontegensprekelijk. En we hebben gezien hoe de ingesteldheid van justitie, politie en hulpverlening immens is geëvolueerd. Er is bijvoorbeeld nu een juridisch kader dat verkrachting binnen het huwelijk strafbaar maakt.”
Op vlak van ontwikkeling en trauma is er weinig verschil tussen getuige zijn van of slachtoffer zijn van geweld.
Katrien: “De moeilijke dingen, de frustraties blijven altijd meer hangen. Zo zijn er de eeuwige wachtlijsten. Als je mensen zover krijgt dat ze hulp willen aanvaarden, bots je vaak op beperkte capaciteit binnen de hulpverlening, waardoor wachttijden kunnen oplopen tot een jaar of zelfs anderhalf jaar Wij moeten dan zoeken naar noodscenario’s om in die overbruggingsperiode toch wat veiligheid te creëren, zeker wanneer er kinderen bij betrokken zijn.
De impact van onze job valt moeilijk te meten. Wat je mogelijk voorkomen hebt, is niet zichtbaar. Tochis het wel iets waar je je als casusondersteuner aan kan vasthouden, ook al is het slechts iets kleins. Mensen zijn vaak erg dankbaar. Ze voelen zich voor het eerst echt gehoord.”
Sophie: “Het is uniek dat wij met de twee partijen werken, met het slachtoffer én met de dader. Wij doen niet aan waarheidsonderzoek, we zijn geen rechters. Als mevrouw bijvoorbeeld zegt dat er bij mijnheer een verslaving in het spel is en mijnheer geeft dat toe maar zegt dat ook bij mevrouw een verslaving zit, dan gaan wij dat niet als waar of onwaar beoordelen. We nemen het mee in onze verdere ondersteuning. Ik sluit mijn gesprekken altijd op dezelfde manier af door te zeggen: ik hoop dat we mekaar nooit meer horen. Dat klinkt misschien onvriendelijk, maar er komt dan altijd gelach aan de andere kant. Ze beseffen dat, als ze mij niet meer horen, het dan goed gaat. Als ik ze dan effectief ook niet meer moet horen, dan geeft dat een goed gevoel, bij hen én bij mij.”
Katrien: “Een studente criminologie voerde vorig jaar een beperkte bevraging uit bij onze cliënten, als masterproef. Daaruit bleek dat mensen het meest hadden gewaardeerd dat ze bij ons terecht konden en wij alles opvolgden. Ze moeten hun verhaal niet elke keer opnieuw aan anderen vertellen en voelen zich opgenomen in een warm netwerk. Bovendien zijn we erg toegankelijk. Mensen kunnen ons op gelijk welk moment op verschillende manieren contacteren.”
Sophie: “Ik denk aan de onmenselijke situaties in de gevangenissen. Er zou overal een gedegen psychosociale ondersteuning moeten zijn. Zo niet blijven we achter de feiten aanlopen. Daders komen na de gevangenis immers terug in onze gezinnen terecht. Ik zou durven pleiten voor meer langetermijnvisie. Als je niet kan inzetten op langdurige hulp, is veel voor niets. Een netwerk en vertrouwen opbouwen vraagt tijd. Maar alleen zo kunnen we ten volle onze rol als ‘kanarie in de koolmijn’ spelen. Wij zitten op het veld en zien, horen en voelen waar het fout loopt of kan lopen.”
Katrien: “Het zou mooi zijn mocht het Veilig Huis rechtstreeks toegankelijk zijn voor burgers. Ik zie het dan als een soort inloophuis. Verder is er ook nood aan meer educatie. Jonge mensen beginnen aan relaties en weten vaak niet wat oké is en wat niet. Je ziet bijvoorbeeld in de serie op VRT dat bepaalde signalen of voortekens altijd weer terugkeren. Het zou veel leed voorkomen mochten jonge mensen, zowel meisjes als jongens, die tijdig opmerken. Ook hier geldt het spreekwoord ‘voorkomen is beter dan genezen’. Wij geven alvast vorming aan onze professionele partners, maar het is voorlopig nog maar een klein onderdeel van onze werking en dat zou best meer mogen zijn.”
Sophie: “In onze regio zijn alle lokale besturen ingestapt. Dat is een luxepositie! We begrijpen dat lokale besturen verantwoordbare keuzes moeten maken, ook budgettair. Dat is soms een moeilijke kaap om te nemen, maar het loont zeker de moeite om mee in het Veilig Huis te stappen. Lokale besturen kunnen onze werking dichter bij hun inwoners brengen.”