Cijfers
Aanmelden mijn burgerprofiel
Achter elke voordeur telt veiligheid

Stad Aalst trekt mee aan de kar van tiende Veilig Huis in Vlaanderen

In Aalst werd in 2025 een tiende Veilig Huis geopend. De opening vond symbolisch plaats op de vooravond van 25 november, de Internationale Dag voor uitbanning van Geweld tegen Vrouwen. Het werkingsgebied van Veilig Huis ‘Dender’ omvat achttien gemeenten in het zuidoosten van de provincie Oost-Vlaanderen. Aalst neemt een voortrekkersrol op. Het sociaal-politioneel team en een casusondersteuner vormen de lokale schakel. Burgemeester Christoph D’Haese vertelt waarom de stad een groot belang hecht aan de uitbouw van het Veilig Huis. 

Terug

Waarom is intrafamiliaal geweld een kerntaak van een lokaal bestuur? 

Intrafamiliaal geweld heeft een enorme impact op het welzijn, de veiligheid en de gezondheid van de inwoners. Het slaat letterlijk en figuurlijk wonden bij de betrokkenen en hun netwerk. Aalst telt 962 straten en in elk van die straten kennen we minstens één geval van intrafamiliaal geweld. Het komt bovendien voor in alle lagen van de bevolking. Als lokaal bestuur staan we het dichtst bij onze inwoners en willen we hun eerste vangnet zijn wanneer ze hulp nodig hebben. Of we willen minstens de eerste signalen opvangen wanneer er problemen opduiken. Dat is onze antennefunctie. Een goede bestuurder is iemand die dicht bij zijn bevolking staat, die hen kent. We zien de gevolgen meestal terug in lokale eerstelijnsdiensten: het OCMW, de politie, de school en diverse welzijnsorganisaties. En dus kan ook een lokaal bestuur niet afzijdig blijven. Bovendien is veiligheid een absoluut ‘topproduct’ van een lokaal bestuur. Dat is geen loze verkiezingsslogan. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat veiligheid creëren en kwetsbare inwoners beschermen datgene is waarmee een lokaal bestuur zich kan onderscheiden. Preventie, vroegdetectie en samenwerking met partners zijn de hefbomen om dit waar te maken.  

Als lokaal bestuur staan we het dichtst bij onze inwoners en willen we hun eerste vangnet zijn wanneer ze hulp nodig hebben.

Waarom vond de stad het belangrijk om mee te werken aan de uitrol van het Veilig Huis? Welke rol wil de stad hierin spelen en hoe kan dat een aanvulling zijn op wat de andere partners doen? 

Intrafamiliaal geweld is vaak erg complex en net daarom vraagt het om een doorgedreven samenwerking. Het is als het ware een moeilijke puzzel met veel stukken. Ik geloofde vanaf de eerste minuut in de meerwaarde van het Veilig Huis waar al die partners samenwerken. Het gaat bij intrafamiliaal geweld niet om een klassiek penaal dossier. Justitie, politie, hulpverlening en lokaal bestuur hebben er samen een rol in te spelen. Door de samenwerking kunnen we sneller informatie delen en -zeer belangrijk- het risico correct inschatten. Vandaar ook het interne systeem van knipperlichten in de Veilige Huizen.  Je ziet dat ook in de reeks die nu loopt op VRT (“En nu is ze dood”). De hamvraag is elke keer weer: hadden we dit kunnen vermijden? Vanuit de stad willen we een verbindende en faciliterende rol opnemen: huisvesten van het Veilig Huis, inzetten op bewustmaking rond preventie, aanmelden en detecteren van situaties vanuit de stadsdiensten. We kunnen vervolgens een hulpverlenende en ondersteunende rol opnemen. Door de inzet van de casusondersteuning zorgen we ervoor dat de hulpverlening niet alleen op de rails wordt gezet maar ook op elkaar wordt afgestemd. Elk dossier is immers anders en vraagt om maatwerk.  Wanneer bijvoorbeeld minderjarige kinderen in veiligheid moeten worden gebracht, kan dat via het klassieke parcours, maar dat duurt helaas veel te lang. Met het Veilig Huis kan je snel en adequaat reageren.  

Voor de inwoners is het Veilig Huis een kwaliteitsvolle hulpverlening met als doel onveilige situaties snel te de-escaleren. Door de samenwerking van de partners wordt die hulpverlening een minder versnipperd geheel en krijgt het gezin de gecoördineerde aanpak waar het recht op heeft. Dat verhoogt de kans dat geweld daadwerkelijk stopt en dat slachtoffers beter beschermd worden. Voor lokale diensten biedt het Veilig Huis ondersteuning en expertise. Hulpverleners, de politieman of de maatschappelijk werker bijvoorbeeld, staan er niet alleen voor wanneer ze met complexe situaties geconfronteerd worden. Door samen aan tafel te zitten bouwen ze de nodige ervaring op in risicotaxatie. Een Veilig Huis is een huis met vele kamers en die moet je allemaal kennen.  

En dat het nodig is, bewijst het feit dat er in 2025 vierhonderd dossiers werden opgesteld in de stad. Dat is meer dan één per dag! Desondanks ben ik ervan overtuigd dat er nog een groot ‘dark number’ blijft, want meldingen bij politie en hulpverlening geven slechts een beperkt deel van de realiteit weer. Veel gevallen blijven dus spijtig genoeg nog onder de radar. Ook dat moeten we durven benoemen. De verruwing van de maatschappij laat zich ook tussen de muren van de huizen voelen. Maatschappelijke factoren als kansarmoede en sociaal isolement spelen hierin ongetwijfeld mee.  

Intrafamiliaal geweld is vaak erg complex en net daarom vraagt het om een doorgedreven samenwerking. Het is als het ware een moeilijke puzzel met veel stukken.

Hoe ziet de stad de toekomst van het Veilig Huis? Hoe kan de samenwerking tussen de betrokken partners verder evolueren? 

We moeten alle registers opentrekken om de problematiek van intrafamiliaal geweld in de grootst mogelijke samenwerking aan te pakken. We zijn erg blij dat we in Aalst het kloppende hart kunnen zijn van het Veilig Huis. Veiligheid is een basisrecht en dat geldt des te meer voor de eigen omgeving van de mensen. Ik heb ooit in een assisenzaak gepleit dat ‘huis’ een woord is dat in het enkelvoud moet staan en nooit in het meervoud. ‘Huizen’ of ‘tehuizen’, dat zouden we nooit mogen zeggen. Je moet één veilig huis hebben en dat is bij voorkeur de eigen omgeving. Een thuis moet een omgeving zijn waar alles klopt. Als het Veilig Huis dat kan overnemen, voor even creëren of er terug naartoe werken, dan is dat een goede zaak. 

Het moet de ambitie zijn om de werking van het Veilig Huis in heel Vlaanderen in te bedden. Intrafamiliaal geweld is overal aanwezig. Het stopt niet aan de grenzen van locaties, gemeentes, organisaties of beleidsniveaus. 
- Burgemeester Christoph D’Haese

Welke boodschap wil je geven aan lokale besturen die nog niet zijn ingestapt in het Veilig Huis of die nog twijfelen of ze zullen instappen?  

Ik kan andere steden en gemeenten alleen maar aanraden om deze belangrijke mijlpaal te nemen: het thema onder de aandacht brengen maar evenzeer het belang van lokaal engagement. Het moet de ambitie zijn om de werking van het Veilig Huis in heel Vlaanderen in te bedden. Intrafamiliaal geweld is overal aanwezig. Het stopt niet aan de grenzen van locaties, gemeentes, organisaties of beleidsniveaus. Engagement van alle partners is daarom onontbeerlijk. We kunnen dit niet aanpakken zonder een engagement van álle lokale besturen. Dat betekent niet dat ze alles zelf moeten doen, maar dat ze deel uitmaken van een sterk netwerk waarin iedereen zijn rol kan spelen. Mijn boodschap aan andere lokale besturen is dan ook: durf mee te stappen in partnerschap. Door de krachten te bundelen, staan we veel sterker dan wanneer elk bestuur apart probeert te werken. En zo kunnen we echt het verschil maken voor wie met intrafamiliaal geweld wordt geconfronteerd.  

Terug