Kunnen jullie een concrete situatie schetsen waarin die samenwerking duidelijk naar voren komt en echt een verschil maakte voor een jongere en het team?
Ignace: “Ik denk meteen aan een jongere met een opeenstapeling van problemen: een moeilijke thuissituatie, genderproblematiek, zelfverwonding, suïcidale uitspraken en een cognitieve beperking. Dat woog zwaar op de leefgroep. Vanaf het begin zaten we samen rond de tafel en gingen we op zoek naar ademruimte, bijvoorbeeld via een time-out. Dat was geen eenvoudig traject, omdat de jongere vaak niet aan de vooropgestelde criteria voldeed. De jongere is ook gemotiveerd om psychiatrische ondersteuning te krijgen en dat volgen we nauw mee op. We zien deze jongere minstens twee keer per week, wat meer is dan gemiddeld, maar die opschaling was nodig en werd ook expliciet gevraagd.”
Sylvie: “Die jongere had het ook moeilijk met het innemen van medicatie. Dan deden we opnieuw beroep op het outreachteam, zodat zij nog eens konden toelichten waarom medicatie nemen zo belangrijk is. We houden elkaar goed op de hoogte en weten elkaar snel te vinden.”
Het werken met deze doelgroep is intens en vaak onvoorspelbaar. Wat geeft jullie de motivatie om hier elke dag opnieuw voor te blijven gaan?
Ignace: “Elke jongere is uniek. Twee jongeren kunnen met dezelfde feiten binnenkomen en toch een volledig ander traject doorlopen. En geen enkele dag is hetzelfde. De ene dag voer je een goed gesprek, de andere dag wil een jongere liever geen contact. Die onvoorspelbaarheid vraagt creativiteit en geeft betekenis aan onze job.”
Sylvie: “We kunnen niet alle problemen oplossen, dat moeten we onszelf ook niet wijsmaken. Maar we moeten wel de kleine successen blijven zien en vieren: een jongere die je jaren later nog eens tegenkomt en enthousiast is, een traject dat goed loopt in een andere voorziening, iemand die je kan motiveren om een volgende stap te zetten. Het zijn die kleine dingen die mij elke dag opnieuw motiveren.”
Tot slot: welke boodschap willen jullie meegeven aan de buitenwereld over deze jongeren en over het werk dat hier – vaak in stilte – gebeurt?
Ignace: “Deze jongeren dragen een dubbel stigma; ze worden vaak aanzien als een combinatie van de kleine criminelen en de zotten uit het gesticht. Terwijl het gaat om heel kwetsbare jongeren die veel hebben meegemaakt. Het risico op een self-fulfilling prophecy is groot: ‘de maatschappij zegt dat ik een crimineel ben, dus dat zal wel zo zijn’. Wees je daar als buitenstaander bewust van. Het is belangrijk om te kijken naar het volledige verhaal achter een jongere en te beseffen dat het nog altijd pubers zijn, met een persoonlijkheid in volle ontwikkeling.”
Sylvie: “Een jongere is zoveel meer dan zijn daden. Kijk naar hun krachten, hun talenten en wat wél goed loopt. Wij zijn geen jeugdgevangenis, ook al leeft dat beeld soms. Jongeren nemen hier hun verantwoordelijkheid op binnen duidelijke grenzen, maar we bieden tegelijk een veilige omgeving om t te bouwen aan een toekomstperspectief, samen met en voor onze jongeren.”