Cijfers
Aanmelden mijn burgerprofiel
Hoe de justitiehuizen met het RNR-model verder inzetten op professionalisering

“Kwalitatieve daderbegeleiding zorgt voor meer veiligheid”

De Vlaamse justitiehuizen zetten een belangrijke stap in de verdere professionalisering van hun werking. Na een intense voorbereiding werd in het najaar van 2025 het Risk Need Responsivity-model (RNR) ingevoerd, een internationaal erkend en wetenschappelijk onderbouwd kader voor daderbegeleiding dat gericht is op het verminderen van recidive.

Justitieassistenten zullen zich in de begeleiding expliciet richten op de aanpak van risicofactoren bij justitiabelen die recidive in de hand werken. Het recidivebeperkend werk vande justitieassistenten wordt door RNR sterker gestructureerd, transparanter én efficiënter.

Terug

Identikit An-Sofie Versypt

An-Sofie Versypt is sinds 2025 directeur Risicotaxatie en Psychodiagnostiek bij het Agentschap Justitie en Handhaving, afdeling Justitiehuizen. Ze heeft een achtergrond als klinisch psycholoog in een forensisch psychiatrisch centrum en werkte ook een tijd als gerechtsdeskundige.

We willen ons baseren op wat internationale studies aantonen dat werkt”, zegt An-Sofie Versypt, directeur Risicotaxatie en Psychodiagnostiek bij het Agentschap Justitie en Handhaving. “Ons streven naar meer wetenschappelijke onderbouwing van de daderbegeleiding kwam in een stroomversnelling nadat Vlaams minister van Justitie Demir dit voornemen had verankerd in haar beleidsnota (2020). Een heel goede zaak. Als we nieuwe slachtoffers willen voorkomen, moeten we blijven inzetten op een kwaliteitsvolle daderbegeleiding.”

Missie: nieuwe strafbare feiten vermijden

Justitiehuizen begeleiden mensen die onder toezicht staan van justitie: na een veroordeling, tijdens een voorwaardelijke straf, of in het kader van een alternatieve maatregel. “In het verleden was het werk van de justitiehuizen sterk geïnspireerd door een traditionele sociaalwerklogica, “zo verduidelijkt An-Sofie. “De nadruk lag op begeleiding en op mensen helpen om opnieuw hun plaats in de samenleving te vinden. En dit binnen een justitieel kader met controle op de opgelegde voorwaarden. Doorverwijzing naar de juiste hulpverlening was hierin essentieel.”

An-Sofie benadrukt dat die benadering belangrijk blijft, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat in een reclasseringscontext meer nodig is.

Daarom zetten we vandaag nog meer in op het gerichter werken rond factoren die samenhangen met criminaliteit, zoals middelenmisbruik, een agressieprobleem, het minimaliseren van feiten, verkeerde vrienden enz.”

Met de invoering van het RNR-model wordt recidivebeperking expliciet het centrale doel van de begeleiding. Dat betekent niet dat het werk van vroeger niet goed was, verduidelijkt An-Sofie Versypt.

“Veel justitieassistenten deden eigenlijk al dingen die perfect binnen het RNR-denken passen. Het verschil is dat we er nu een duidelijk, wetenschappelijk onderbouwd kader rond plaatsen, met een duidelijke werkwijze en handvaten voor de justitieassistent. Dat geeft houvast en maakt het werk van de justitieassistent transparanter en consistenter. Trouwens, in andere landen -zoals Nederland, Zweden en Canada- is daderbegeleiding ook op het RNR-model gebaseerd omdat het een bewezen effectieve aanpak is. We zitten dus in goed gezelschap.”

Met de VUB als partner

Voor de implementatie van dit RNR-denken   wordt samengewerkt met de Vrije Universiteit Brussel. En die samenwerking betekent een grote meerwaarde, volgens An-Sofie. “Zo  koppelen we de professionele expertise van de justitieassistenten aan de academische kennis van de VUB. Theoretische inzichten krijgen  een directe vertaling in de praktijk.”

Minder beschrijven, meer analyseren

“Wat er concreet verandert voor de justitieassistenten? Een belangrijk verschil is dat dossiers systematischer worden opgebouwd. Risicofactoren en beschermende factoren worden explicieter in kaart gebracht, en verslagen bevatten meer analyse. Waar we vroeger soms vooral beschreven wat er aan de hand was, proberen we nu sterker te analyseren. Welke factoren spelen hier een rol voor herval? Hoe hangen ze samen? En waar moet de begeleiding prioritair op inzetten?”

Om dat mogelijk te maken werd de voorbije jaren stevig geïnvesteerd in ondersteuning, met de hulp van de VUB. “Justitieassistenten kregen opleidingen, de basiscursus werd herwerkt en ook digitale tools en verslagsjablonen werden aangepast. In die sjablonen zitten bijvoorbeeld reflectievragen die assistenten helpen om verder te denken dan de eerste indruk. Het doel is dat we op een uniforme manier informatie verzamelen en analyseren. Op die manier zetten we de professionele deskundigheid van de justitieassistent nog meer in de verf. Bovendien kan die steeds beroep doen op onze psychologen.”

“We willen ons baseren op wat internationale studies aantonen dat werkt”

De rol van psychologen en risicotaxatie

Een belangrijk onderdeel van het RNR-denken is een systematische inschatting van het risico op herval. Binnen de justitiehuizen spelen psychologen daarin een centrale rol. An-Sofie licht toe hoe dat juist in zijn werk gaat.

“Justitieassistenten brengen risicofactoren in kaart. In complexe dossiers -gebeurt de uiteindelijke risicobepaling door psychologen, die getraind zijn in het gebruik van gestructureerde risicotaxatie-instrumenten. Dat zijn wetenschappelijk gevalideerde methoden die helpen om het risico op herval zo objectief mogelijk te beoordelen.”

Psychologen ondersteunen justitieassistenten niet alleen bij risicotaxaties, maar ook bij psychodiagnostiek en bij complexe dossiers.

Geen nieuwe feiten, geen nieuwe slachtoffers

Mensen die begeleid worden door een justitieassistent zullen zeker baat hebben bij de RNR-aanpak, al zal het ook een grotere inspanning vragen, zo stelt An-Sofie.

“Justitieassistenten zullen, als het nodig is, gerichter doorvragen en doorgaan op bepaalde onderwerpen. Daarvoor kunnen ze terugvallen op hun expertise in motiverende gesprekstechnieken. Die directe aanpak kan confronterend zijn, maar het helpt de justitiabele om inzicht te krijgen in waarom hij of zij strafbare feiten blijft plegen. En als wij beter in kaart brengen waar de risico’s liggen, kunnen we ook gerichter doorverwijzen naar hulpverlening of andere ondersteuning. Dat verhoogt de kans dat iemand duurzaam uit de problemen blijft. Een leven zonder nieuwe veroordelingen is uiteindelijk ook in het belang van de justitiabele zelf. En geen nieuwe feiten plegen wil  ook zeggen: geen nieuwe slachtoffers maken.”

Efficiënter samenwerken met magistratuur en partners

De invoering van het RNR-model heeft ook impact op de samenwerking met magistraten en hulpverleningspartners.

Voor magistraten betekent het vooral dat adviezen en verslaggeving over een justitiabele meer gestructureerd en op maat onderbouwd zijn.

“Onze verslagen brengen nu systematischer risicofactoren en beschermende factoren in kaart”, zegt Versypt. “Dat helpt magistraten om beter onderbouwde beslissingen te nemen, met voorwaarden die echt een verschil kunnen maken voor de dader of verdachte.”

Maar ook in het begeleidingswerk ziet An-Sofie voordelen: “Naast verslaggeving zullen justitieassistenten ook -dankzij een grondige analyse- nog meer doelgericht invulling kunnen geven aan de voorwaarden die aan de justitiabele zijn opgelegd.”

Ook voor hulpverleningspartners kan de aanpak voordelen bieden. “Doordat onze justitieassistenten gericht werken aan het beperken van recidive, is een doorverwijzing naar hulpverlening niet altijd nodig. Als dat toch gebeurt, kunnen we duidelijk aangeven welke noden er spelen. Onze partners moeten dus niet van nul beginnen.m.”

Tegelijk erkent An-Sofie dat er verschillen in perspectief bestaan tussen de justitiehuizen en de hulpverlening. “Voor de justitiehuizen staat recidivebeperking centraal. In de zorgsector ligt de focus vaak op het welzijn van de cliënt . Die doelen overlappen soms, maar niet altijd volledig. Daarom blijft het belangrijk om in dialoog te blijven gaan met mekaar.”

We zijn er zeker van dat RNR ons een solide kader geeft om te doen wat we elke dag proberen: mensen begeleiden op een manier die herval voorkomt en zo de samenleving veiliger maken.

De keuze voor RNR is doelbewust

Binnen de forensische psychologie bestaan verschillende modellen om met daders te werken. Naast RNR wordt bijvoorbeeld ook vaak verwezen naar het Good Lives Model, dat vertrekt vanuit menselijke basisbehoeften en inzet op persoonlijke ontwikkeling.

Volgens An-Sofie hoeven die benaderingen elkaar niet uit te sluiten. “Het debat wordt soms voorgesteld als een keuze tussen het ene of het andere model”, zegt ze. “Maar in de praktijk vullen ze elkaar vaak aan.”

Wat volgens haar wel duidelijk is, is dat het RNR-model vandaag het sterkst wetenschappelijk onderbouwd is als het gaat over het verminderen van recidive. En wil ze tot slot graag benadrukken dat  het model niet alleen focust op risico’s. “Er bestaat soms een misvatting dat RNR een negatief of repressief model is. Maar het kijkt ook naar beschermende factoren: wat zijn de sterktes van iemand, welke elementen helpen om herval te voorkomen? Die factoren willen we net versterken.”

We zijn er zeker van dat RNR ons een solide kader geeft om te doen wat we elke dag proberen: mensen begeleiden op een manier die herval voorkomt en zo de samenleving veiliger maken.

"En geen nieuwe feiten plegen wil ook zeggen: geen nieuwe slachtoffers maken.”

RNR: een woordje uitleg

RNR staat voor Risk, Need en Responsivity. Het model werd in de jaren negentig ontwikkeld door de Canadese criminologen James Bonta en Donald Andrews en geldt vandaag internationaal als een van de meest onderzochte en toegepaste kaders binnen daderbegeleiding in het algemeen en reclassering in het bijzonder.

Het model vertrekt van drie kernprincipes.

1. Risk – differentiëren volgens risico
Niet elke justitiabele heeft dezelfde kans op herval. Het risicoprincipe stelt dat de intensiteit van de begeleiding moet afgestemd zijn op dat risico. Mensen met een hoog risico op recidive hebben intensievere begeleiding nodig dan mensen met een laag risico.

Versypt: “Dat klinkt logisch, maar onderzoek toont ook iets anders: te intensieve begeleiding bij mensen met een laag risico kan zelfs contraproductief zijn. Daarom is het belangrijk dat we differentiëren.”

2. Need – focussen op criminogene factoren
Het tweede principe bepaalt waar de begeleiding zich op richt. Het gaat dan om zogenoemde criminogene noden: factoren die aantoonbaar samenhangen met het plegen van strafbare feiten, zoals antisociale attitudes, problematische relaties, middelengebruik of een gebrek aan structuur.

Versypt: “In de begeleiding focussen we dus specifiek op factoren die een link hebben met herval.”

3. Responsivity – werken op maat
Het derde principe gaat over de manier waarop begeleiding wordt georganiseerd. Elke persoon vraagt een andere aanpak.

Versypt: “Je moet rekening houden met cognitieve vaardigheden, motivatie, psychologische problemen enz. Het model zegt eigenlijk: pas je aanpak aan aan de persoon die voor je zit, en werk met technieken waarvan we weten dat ze effectief zijn.”

Samen vormen deze principes een kader dat zowel gestructureerd als flexibel is.

Terug